December

Slaapplek van Wildzwijn, overvallen door sneeuw.

DECEMBER, wintermaand

De dagen zijn nu erg kort. Soms heb ik het gevoel dat december aan mij voorbij gaat zonder dat ik het besef. Als de dagen grauw zijn met nauwelijks behoorlijk licht gaat het helemaal erg snel.
Toch is er veel in de natuur te zien. Het leven daar gaat gewoon door!

De paartijd van de wilde zwijnen is in volle gang en loopt door tot in januari. Zij vinden het wel prettig dat het zo lang donker is. De varkens kunnen veel kabaal maken vooral als het mannetje, de keiler, de gevechten om de wijfjes verliest. Ze kunnen dan luidkeels schreeuwen om hun ongenoegen te uiten.
De vrouwelijke zwijnen zijn geslachtsrijp als ze 30 tot 35 kilo wegen. Biggen die vroeg in het jaar geboren zijn kunnen in het volgend voorjaar al jongen krijgen.

Het is ook de paartijd van vossen, hazen en kleine roofdieren.

Aan het einde van de maand loopt de bronsttijd van de moeflons af.
De jongen worden vanaf eind februari geboren. Soms ligt er dan nog sneeuw.

De oudste reebokken werpen hun geweitjes af. De jongere bokken doen dat later.

Het is in december ook een mooie gelegenheid om eens op de sporen te letten die dieren veroorzaken.
Behalve prenten (pootafdrukken) die in een laagje sneeuw mooi te zien zijn, zijn er ook veel vraatsporen.
Herten en reeën kunnen soms massaal bomen schillen. Ze eten dan de schors van de boom. Meestal aan één zijde zodat de boom er niet aan onderdoor gaat.
De topscheuten van struiken en jonge boompjes moeten er ook aan geloven.
Bij regelmatige vraat wordt zo’n boompje niet hoger dan de “haphoogte” van het dier dat er van eet.
Uitwerpselen, braakballen, prooiresten en veren zijn ook mooie bewijsstukken van het bestaan van dierenleven in het bos.

Als je in het bos loopt kan het gebeuren dat de mezen plotseling een hoog en scherp iiii…! laten horen. Dit is het signaal dat ze geven als er gevaar in de vorm van een sperwer dreigt. Alle vogeltjes die net nog druk in de weer waren zijn opeens spoorloos verdwenen! Ze hebben dekking gezocht in de dichte struiken en in naaldbomen en doen er alles aan om niet gezien te worden. Met hun vleugels strak tegen zich aan en de kopjes omhoog maken ze zich onzichtbaar voor de rover. Deze houding noemen we de “paalstand”. Als de sperwer verdwenen is lijkt het net of er niets aan de hand is geweest. Ze gaan dan weer volop door met hun bezigheden.

Om de vogels dicht bij huis te zien kun je wat vetbollen ophangen in de tuin of op het balkon. Let er wel op dat de vogeltjes geen kattenvoer worden!