Het gaat weer beter met de vleermuizen

Grootoor vleermuis

In de periode 1940-1970 namen veel vleermuissoorten dramatisch in aantal af, maar nu is er sprake van herstel. Met name de ingekorven vleermuis en de franjestaart vertonen een sterke stijging in aantallen. Ook de andere soorten vertonen groei.
Dankzij tellingen van vleermuizen in de winterverblijven, door vele ervaren vrijwilligers in heel Nederland, kunnen we populaties van de verschillende soorten steeds beter volgen. De tellingen laten zien dat de zeven soorten vleermuizen in aantal toenemen.
De sterkste stijging is te vinden bij de ingekorven vleermuis en de franjestaart, Ook de gewone baardvleermuis,een landelijk voorkomende soort, laat een sterke toename zien. Er zijn 3,5 tot 20 keer zoveel vleermuizen dan in 1986.
De gewone grootoor vleermuis en de vale vleermuis nemen nog niet zo erg in aantal toe.
Van de twee soorten die boven water foerageren neemt de meervleermuis sterker toe dan de watervleermuis. Beide soorten kennen een matige toename.

Bescherming
De afgelopen tientallen jaren zijn vleermuizen sterker in beeld bij beleidsmakers en beheerders. Zo wordt er vaak met vleermuizen rekening gehouden tijdens beheer van natuurgebieden, en tijdens restauratie van gebouwen. Door wetgeving als de Flora- en faunawet en de Habitatrichtlijn is dat ook verplicht. Kortom: bescherming werkt.

Betrouwbaar
Het meetnet bevat over de periode 1943-2009 gegevens van een kleine 1.650 verblijven die verspreid over het land liggen. In het algemeen gaat het hierbij om objecten die (deels) ondergronds liggen zoals mergelgroeven, forten, bunkers en (ijs)kelders.
Bron: De Zoogdiervereniging